wezenlijk

Dutch

Etymology

wezen + -lijk

Pronunciation

  • (file)

Adjective

wezenlijk (comparative wezenlijker, superlative wezenlijkst)

  1. essential, fundamental
  2. real, existing

Inflection

Inflection of wezenlijk
uninflected wezenlijk
inflected wezenlijke
comparative wezenlijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial wezenlijk wezenlijker het wezenlijkst
het wezenlijkste
indefinite m./f. sing. wezenlijke wezenlijkere wezenlijkste
n. sing. wezenlijk wezenlijker wezenlijkste
plural wezenlijke wezenlijkere wezenlijkste
definite wezenlijke wezenlijkere wezenlijkste
partitive wezenlijks wezenlijkers
This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.