veranderlijk

Dutch

Etymology

From veranderen + -lijk

Pronunciation

  • (file)

Adjective

veranderlijk (comparative veranderlijker, superlative veranderlijkst)

  1. variable, changing

Inflection

Inflection of veranderlijk
uninflected veranderlijk
inflected veranderlijke
comparative veranderlijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial veranderlijk veranderlijker het veranderlijkst
het veranderlijkste
indefinite m./f. sing. veranderlijke veranderlijkere veranderlijkste
n. sing. veranderlijk veranderlijker veranderlijkste
plural veranderlijke veranderlijkere veranderlijkste
definite veranderlijke veranderlijkere veranderlijkste
partitive veranderlijks veranderlijkers

Antonyms

This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.