gedachteloos

Dutch

Etymology

From gedachte + -loos

Pronunciation

  • (file)

Adjective

gedachteloos (comparative gedachtelozer, superlative meest gedachteloos or gedachteloost)

  1. inattentive, absent-minded

Inflection

Inflection of gedachteloos
uninflected gedachteloos
inflected gedachteloze
comparative gedachtelozer
positive comparative superlative
predicative/adverbial gedachteloos gedachtelozer het gedachteloost
het gedachtelooste
indefinite m./f. sing. gedachteloze gedachtelozere gedachtelooste
n. sing. gedachteloos gedachtelozer gedachtelooste
plural gedachteloze gedachtelozere gedachtelooste
definite gedachteloze gedachtelozere gedachtelooste
partitive gedachteloos gedachtelozers
This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.