aannemelijk

Dutch

Etymology

aannemen + -lijk

Pronunciation

  • (file)

Adjective

aannemelijk (comparative aannemelijker, superlative aannemelijkst)

  1. plausible

Inflection

Inflection of aannemelijk
uninflected aannemelijk
inflected aannemelijke
comparative aannemelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial aannemelijk aannemelijker het aannemelijkst
het aannemelijkste
indefinite m./f. sing. aannemelijke aannemelijkere aannemelijkste
n. sing. aannemelijk aannemelijker aannemelijkste
plural aannemelijke aannemelijkere aannemelijkste
definite aannemelijke aannemelijkere aannemelijkste
partitive aannemelijks aannemelijkers
This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.